zondag 21 augustus 2011

“Triathlon heeft drie onderdelen…!”

Zaterdag 20 augustus tijdens de 29e Triathlon Veenendaal moest het gebeuren. Mijn eerste Olympic Distance triathlon (1500m zwemmen, 38km fietsen en 10km hardlopen). De temperatuur was perfect, wellicht had de zon intensiteit wat lager mogen zijn, gezien de roodheid van mijn armen, maar over het algemeen gezien waren de condities goed. Mijn voornaamste doel was finishen. Hoe maakte niet echt uit. Wat wel belangrijk hierbij was, was met welk gevoel ik dit gedaan zou hebben en dat er een mooi 0-meting staat waar ik in de toekomst op kan voortborduren. Dat ik afgezien heb kan ik niet ontkennen. Dat ik me zelf ben tegengekomen tijdens het lopen ook niet, maar dat ik hierdoor niet tevreden ben. Dat zeker niet!!
Dat lopen mijn slechtste onderdeel van de drie is, dat wist ik al langer. Tijdens de sprint en 1/8e triathlons die ik afgelopen 1,5 jaar gedaan heb, is dit al gebleken. Vijf kilometers die niet harder gaan dan 18’45”. Dan zul je er nooit komen, maar als je kijkt naar mijn trainingskilometers voor het lopen, dan zul je verstelt staan. Wekelijks komt dit momenteel niet boven de 15 á 20km uit. Gezien de afgelopen maanden. De oorzaak en gevolgen zijn bekend. Wat ik er aan kan doen. Meer lopen en de loopintensiteit verhogen. Dit zal mede moeten gaan gebeuren doordat ik sinds nu een eigen trainer heb die me hier bij gaat helpen (hopelijk J). Paul Zirkzee. Alvast bedank Paul!
De triathlon dan. Ik dacht gewoon te starten met 2 bidonnen sportdrank, maar gelukkig, twee weken voor de wedstrijd had ik contact met Paul dat dit bij een OD echt niet kan! Het aspect voeding is zo belangrijk tijdens 2 uur inspanning. Dus vandaar gelijk van alles uitgeprobeerd. Tijdens trainingen kon m’n maag er goed mee overweg. Dus dat zou het probleem niet worden. Op de vrijdag voor de wedstrijd nog naar de fietsenwinkel geweest om nog wat gelletjes te halen. 1 voor het fietsen en 1 voor het lopen (wel duur). Ik dacht dat moet wel genoeg zijn.
Zaterdag, de dag van de race, ging om 7:45 uur de wekker al. Veel te vroeg, vooral doordat ik de nacht niet goed doorkwam vanwege de spanning. Snel omgekleed, snel gegeten, fiets gepakt en weggefietst naar Veenendaal. En nee, ik was niet in Amsterdam, ik verbleef bij mijn ouders in Wageningen. Dus Veenendaal lag op zo’n 7km fietsen. Het doel was om voor de start van de 1/8e het parcours nog te gaan verkennen. Een mooi, uitgerekt parcours en ideaal voor mij als tempo beest. Ik merkte al gelijk het grote verschil qua wint zowel heen als terug. Tijdens de wedstrijd zou dit verschil alleen maar groter worden.
12:45 uur was de start, ruim op tijd aanwezig. Dus alles goed bekeken. Eventjes inzwemmen en dan klaar staan. Dan gaat 20 seconde voor de start het geluid uit en is het doodse stilte, zeer angstig moment al zeg ik het zelf. Phllluuuut (fluitje moet dit voorstellen)… en we zijn weg. Direct redelijk positie. Mooi van voren. 300m lang af en toe wat getrek en geschop, maar ik kom er goed doorheen. Eindelijk mijn eigen plekje. Voor me een groepje dat langzaam wegzwemt en in de verte, of soms rechts van me zie ik Edo een gat slaan. Het oriënteren tijdens het zwemmen vond ik erg lastig, zoals ik van mijn ouders hoorde. Zwom ik ‘schots en scheef’. Na ongeveer 800m kreeg ik ook last van mijn buik, te veel water binnen gekregen waarschijnlijk. Het gevoel van een volle buik, waardoor het tempo langzaam omlaag ging. Bij het naderen van de 1500m heb ik een paar keer een boer moeten laten, waardoor het plotseling een stuk beter ging.
Zwemmen ging in 19’45”, toch onder de 20’. Daar ben ik blij mee. Als 9e van de serie uit het water en 10e overall (incl. NK masters OD).
Wetsuit ging makkelijk uit van boven. De laatste meters naar mijn fiets toe moest ik vanwege mijn overvolle buik gewoon wandelen. Kreeg bijna een overgevend gevoel. Bij de fiets wonderbaarlijk snel mijn wetsuit uit, helm op en weg.
T1 ging in 1’12”. Gezien de omstandigheden kon dat dus een stuk sneller.
De eerste kilometers van het fietsen waren echt heel erg zwaar. Het gevoel in mijn buik was nog niet weg, maar dankzij een aantal flinke boeren ging het steeds beter. Na het eerste keerpunt (fietsparcours was een 9,5 km heen-en-weer rondje over een deel van de rondweg van Veenendaal. 4 rotondes en 2 keerpunten) kon ik eindelijk weer tempo maken en kon ik ook beginnen aan mijn inhaalrace. Al snel kwam ik in de buurt van Rick Nijhoving. Samen zijn we de strijd aan gegaan om kop over kop zo ver mogelijk naar voren te komen. Heen reden we 44-48km/h (met een max. van 53,8km/h), terug 37-41km/h. Dit ging aardig goed, al merkte ik de vermoeidheid toch nog van het zwemmen. Telkens tijdens het aanzetten na een keerpunt bijna kramp in de rechter kuit.
Van te voren was me verteld dat ik goed moest drinken en dat deed ik dus. Maar al snel merkte ik dat ik te weinig bij me had. 1 liter sportdrank en 1 gelletje voor het fietsen, het andere gelletje wilde ik voor het lopen gebruiken. Al was deze al op voordat ik daar aan begon. En nog had ik te weinig bij me. De laatste 5km extra ingehouden, zodat ik me goed kon voorbereiden op het hardlopen. Klein beetje rekken, voornamelijk de rechter kuit.
Uiteindelijk hadden we door goed samenwerken, maar wel 10 meter afstand, 4 atleten ingehaald. Waardoor we op een gezamenlijke 4e/5e plaats terug kwamen van het fietsen in een tijd van 55’21”.
Achteraf gezien (wat natuurlijk alleen maar ‘wat als’ is), kijkend naar de uitslagen, was het jammer geweest dat ik niet net iets harder had gezwommen en dat ik geen vol en opgezet gevoel had. Indien ik 20” sneller was geweest. Had ik bij Cesar Beilo en Diederik Scheltinga in het wiel naar de snelste fietstijd (52’18”) van de dag kunnen fietsen en had ik ook iets meer ruimte gehad om Aron van Ammers nog voor te blijven. Dan ben ik wel clubkampioen, maar als de beste van de club niet mee deed tijdens die wedstrijd dan wil je toch bewijzen dat je er voor kan blijven. Gelukkig dat het verschil bij het fietsen niet veel inzakte. De eerste twee rondes werd het gat zelfs iets groter, maar daarna zakte ik al in (de voorbode voor later waarschijnlijk).
T2 ging ongelofelijk goed, nergens last van. Van het moment dat ik van mijn fiets afkwam tot aan mijn loopschoenen kon ik het tempo hooghouden. Supersnel mijn schoenen aan gekregen, dat is me ook nog nooit gelukt. En weg was ik alweer. In een wissel tijd van 1’17. Nog geen verschijnselen van enige tegenvallen.
Lopen is mijn slechtste onderdeel, dus wilde niet te hard starten. Voornamelijk mijn eigen race lopen en ook vooral mijn eigen snelheid lopen en dat dan vasthouden. Zodat ik me zelf niet over de kop zou gaan lopen… Een half rondje ging dit goed, maar naar 1,5km kwam Rick alweer langszij, waarna het snel bergafwaarts ging. Hartslag ging langzaam omlaag, maar kon het tempo niet meer opvoeren. Kreeg last van mijn bovenbenen, kuiten. Ze waren helemaal leeg, er zat geen energie meer in mijn lichaam. Na 4,6km kwam Aron me ook nog eens voorbij. Die heeft tijdens het eerste rondje lopen al 1’30” ingelopen. Op zich geen schande. Na klein duwtje in de rug geprobeerd om nog aan te klampen, maar het mocht niet zo zijn. Snelheid en hartslag gingen steeds meer omlaag. De verschijnselen van de ‘hongerklop’. Gezien de hartslag kon ik veel harder, maar het kwam er gewoon niet uit. Steeds neigingen van wandelen, maar ik wilde en moest en zal blijven lopen. Vond ik. Telkens, bij iedere drinkpost water drinken en hopen dat het helpt. Water zal alleen niet helpen. Ten eerste was het daar al te laat voor en ten tweede had ik gewoon energie nodig en dat kreeg ik daar niet van. Op het stukje onverhard (voor de deelnemers onderons) zei nog iemand “lekker ontspannen en houd dat tempo vast” JAAAH, bedankt!  Dacht ik toen. De laatste kilometer was het me echt te veel. 5 meter gewandeld en weer aangezet voor het laatste stukje. Aanmoedigen hielpen een beetje (bedankt!!). En uiteindelijk de finish gehaald. Vrijwel direct zakte ik gewoon door mijn knieën, ik moest echt even een tijdje liggen. Gewoon lekker niks doen.
Het was de hongerklop! Gezien de tijden. Eerste ronde lopen in 19’39” en de tweede ronde in 26’06” (beide precies 5km). Dat is dus een verval van 6’27”, dat zegt eigenlijk al genoeg van hoe ik me toen gevoeld heb.
Het mooie is, dat ik een hartslag meter op had (zie grafiek). De gegevens zijn goed te analyseren en er kan veel nuttige informatie uit gehaald worden. Duidelijk te zien dat tijdens het fietsen de hartslag al omlaag ging. Terwijl ik niet meer harder kon. Tijdens het lopen (tweede rondje) ging het kaarsje helemaal uit.
Oorzaak van de hongerklop zal enerzijds de voeding zijn, maar anderzijds ook gewoon de intensiteit van mijn trainingen/wedstrijden. Het niet gewent zijn van 2 uur lang zoveel inspanning doen. Maar aangezien het de eerste keer was, is het een mooie 0-meting van 2:03:18 voor een volgende keer.
Tevreden ben ik gelukkig wel. Zoals Aron het zo mooi zei “het is een droompositie als je als 4e/5e terug komt van het fietsen”. Mijn tijd komt nog wel. Persoonlijk denk ik niet dat ik te hard ben gegaan tijdens het zwemmen en fietsen. Het kaarsje zou sowieso uit zijn gegaan. Wellicht wat minder hard, maar toch.
Ohja, de titel: “Triathlon heeft drie onderdelen…!”. Dat was Jason die dat tegen mij zei toen ik op de massagetafel lag vlak na de race. Vaak kan ik niet tegen zijn opmerkingen, maar nu bedankt Jason!!
Komend weekend hopelijk Aalsmeer 1/8e triathlon (indien ik van de organisatie startnr. van iemand mag overnemen).
Allemaal bedankt voor de aanmoedigingen!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten